"Het schaakspel bezit de wonderbaarlijke eigenschap, dat de concentratie van geestelijke energie op een nauw begrensd veld, zelfs bij de meest inspannende denkprestatie, de hersens niet doet verslappen, maar eerder hun soepelheid en hun spankracht versterkt."
Stefan Zweig in 'Schachnovelle'.
Artikel nav de expositie verzorgd door www.schaakkunst.nl gedurende de maand april 2006 in Druten

Schaakstukken als artistieke archetypen
3 april 2006
door Dorien Steenbergen
In Wageningen heb je een entomoloog
die kunst in kaart brengt waar insecten op voorkomen. In Druten en Velp wordt er
hard gewerkt aan een database van kunst met als thema schaken. „De pionnen, tja,
die vormen het klootjesvolk.“
DRUTEN Drutenaar Geert van Tongeren is maf van schaken. Sinds zijn zevende is
hij in de weer met koning, koningin, paard, toren, loper en pionnen. Toen hij,
eenmaal volwassen, lucht kreeg van het bestaan van een schaakcamping – in
Frankrijk, onder Bordeaux – was hij niet meer te houden. En in het stadje
Strobeck in de voormalige DDR, waar ze al sinds 1200 aan schaken doen en het
bordspel zelfs een verplicht vak is op school, is hij bij wijze van spreken kind
aan huis.
„Toch was dat op een gegeven moment niet meer genoeg. Er moest iets nieuws bij
komen“, zo schetst de Drutenaar het proces dat leidde tot het bedrijfje
Schaakkunst, dat hij samen met zijn Velpse vriendin Margreet Wevers, zelf
bridger, begon. Zaterdag gaf het duo in Drutens centrum D’n Bogerd een impressie
van wat in hun ogen schaakkunst is. Daar kunnen ze kort over zijn: „Kunst die
schaken tot thema heeft.“
Hij en Wevers hebben een uitspraak van de Franse beeldend kunstenaar Marcel
Duchamp (1887-1968), die enthousiast schaker was, tot hun lijfspreuk gemaakt.
‘Niet alle kunstenaars zijn schakers, maar alle schakers zijn wel kunstenaars.’
De zaterdag aanwezige kunstenaars, van wie er deze maand werk te zien is in D’n
Bogerd, beamen die stelling. Berry – „Liever geen achternaam“ – uit Heiloo,
bijvoorbeeld, die in acrylverf schilderijen maakt waarop schaakborden prominent
aanwezig zijn. Soms vergroot hij de stukken, zoals in She’s black, waarop hij de
zwarte koningin voor God laat spelen. „Ik schaak vanaf m’n tiende. Tegenwoordig
alleen nog in m’n hoofd. Het is een denkstructuur geworden die een
onuitputtelijke bron is voor mijn werk als kunstenaar.“ Hij wijst naar een blauw
vierluik met telkens in een andere hoek van het vlak een schaakbordje. „Het
leven is een schaakbord. Hang dit boven de bank en het stelt je in staat je
bestaan te visualiseren.“
Zo meditatief als Berrys bedoelingen zijn, zo alledaags en speels zijn die van
zijn collega Anna G. Kool-Troost uit Callantsoog. „Ik schaak niet. Maar ik kijk
er graag naar als mijn kinderen het doen. Dan hebben ze zoveel lol. Schaken is
zo vrolijk.“ Haar schilderijen van acryl op paneel stelt Troost samen als waren
het schaakborden: uit negen vlakken dus. Ze voegt aan de verf spulletjes toe die
zij vindt tijdens strooptochten op het strand bij haar woonplaats. Steentjes,
stukjes hout, een opgedroogde mossel.
En de schaakstukken? „Dat zijn de archetypen die je met je eigen fantasie tot
leven kunt wekken. Zoals de koning, symbool voor waardigheid. De koningin, de
machtigste. Of het elitaire paard dat boven iedereen is verheven. De toren,
altijd even betrouwbaar. En de pionnen, tja, die vormen het klootjesvolk.“
Schaakkunst is de hele maand april te zien in D’n Bogerd, Van Heemstraweg 53,
Druten. Zie ook:
www.schaakkunst.nl
Rutger Kopland: ‘Een man in de tuin.’
De eerste keer dat ik dit ‘boekje’ in mijn handen nam, was in Arnhem bij Heymans. Een “mooie”, doch voor mij chaotische boekenzaak. Het bijzondere bij het vastpakken van een gedichtenbundel is voor mij als bij de eerste ‘ontmoeting’ bij het openen van het boekje een gedicht zich ‘openbaart’ wat me raakt. Ik geloof niet zo in toeval of dat iets juist is voorbestemd, doch ik raak steeds onder de indruk van het moment als de zinnen, de woorden, de letters, de taal, het ‘beeld’ van het gedicht me raakt, diep raakt. “ZELFPORTRET”, dit gedicht zag, las ik!
Ervaar gelijk dat het geschreven is door iemand, veel ouder dan mij. Doch het weerhoudt mij niet om ‘spiegelend’ te denken over me zelf. Het tweede gedicht wat ik ‘spontaan’ zo las was “DE KUNST VAN DOODGAAN”. Prachtig. Gelijk mijn gedachtes over de dood, ondanks het open eind in het gedicht.
Heb toen de bundel niet gekocht. Voor de tweede keer kwam ik het tegen, hier in Heiloo bij Deutenkom. U allen wel bekend. Doch wat gelezen, niet gekocht. De bundel bleef wel in mij ‘hangen’. Toen ik het weer tegenkwam bij Scheltema in het AMC te Amsterdam heb ik het gekocht. Bijgeloof: 3x is scheepsrecht. Weet het niet.
Allez, dit ter inleiding. Heb niet de intentie en pretentie om technisch te gaan praten, cq. vertellen over gedichten. Alleen delen het geen mij raakt, wat het me doet en u, cq. jullie doet. Heb naast deze gedichtenbundel van Kopland ook nog een keer zijn inbreng herlezen in ‘Het boek van de schoonheid en de troost.’, samengesteld door Wim Kayzer. Blz. 83 t/m 108. Hier les je zijn gedachtes tijdens het ‘creëren’, het ontstaan van een gedicht. Zo mooi! Heb één citaat van hem hieronder neergeschreven ter ondersteuning van ‘het gewicht’ welke ik aan gedichten hang.
“Zoals bij alle kunst die er toe doet krijg je geen antwoord op de vragen die ik stelde. Elke kunst antwoordt: dit is wat kunst is. Zoals een werkelijk gedicht eigenlijk altijd ook over zichzelf gaat, of liever, zegt: dit is wat poëzie is, dit is hoe een gedicht moet zijn, zo zegt dit schilderij: dit is schilderkunst, zó worden vragen rond liefde en dood zichtbaar. Met zoiets als klinisch mededogen, niets ontziende genegenheid.”
Citaat weergegeven in Filosofiemagazine 5/2005; “Een goed gedicht geeft een gevoel van ‘zo is het’. Niet omdat ik denk dat het zo is, maar omdat het zo is. Dat heb je ook bij wetenschappelijk onderzoek.”
“DE GOD IN MIJN HERSENEN.”
Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij
dat ik die nacht in het verleden had geleefd
en zonder de geringste verbazing weer
geloofd had dat God bestond
ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei iemand
je kunt hem gerust eens bellen
ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem
zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde
zoals je wel ziet op felicitatiekaarten
wilt u god, werd er gezegd, toets dan één
wilt u god niet, toets dan niet
ik toetste één
en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog
één wachtende voor u en die ene bent u
ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over
moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer
was verdwenen, ergens in mijn hersenen.
Zo mooi en bijzonder, die éénvoud welke wij zijn en tegelijkertijd het grootsheid die wij zijn. Uniek denkend wezen, een lichaam om hersenen héén, waar ‘alles’ in vastligt.
Nu de “paardensprong” naar de ‘Schaaknovelle’ van Stefan Zweig. Kent u het schaakspel? Een gedachteoefening: stel het schaakbord is het veld des leven, uw leven; een veld bestaande uit 64 vakken. Er zijn pionnen, torens, lopers, paarden, koninginnen en koningen. Welke zou u willen zijn? Welke bent u?
Het is vaak zéér fraai om te zien hoe iemand speelt, schaakt. Schakers denken in …., hebben een ‘hersenvol’ strategieën opgebouwd, een megabibliotheek van mogelijkheden van waaruit zij ‘putten’. Soms hebben zij ook een voorkeur voor een bepaalde ‘stuk’. Bewust of onbewust. Die ‘kleurt’ het spel. Nu terug naar de ‘Schaaknovelle’ van Stefan Zweig.
( Mijn fascinatie voor het schaakspel is groot, al van kinds af aan. Het neemt me mee in een andere wereld, voor mij een droom wereld. Van waaruit ik ‘denk’ weer ‘grip’ te krijgen op de ‘werkelijke’ wereld.)
Zal trachten een chronologisch verslag te schrijven en vervolgens enkele thema’s aan te reiken, welke in deze prachtige novelle worden verteld, cq. verwerkt, cq. aangereikt aan onze hersenen.
Gelijk beginnend met een ‘meeslepende’ openingszin komen we in het hoofd van de verteller zonder naam. De naam, Mirko Czentovic, de wereldkampioen schaken wordt wel genoemd op de eerste bladzijde. Vervolgens wordt t/m blz 15 het ‘ontstaan’ van deze grootmeester beschreven. Van analfabeet tot een groot denker mbt het schaakspel. Ik vind dit prachtig dat iemand, wiens gedrag, ‘normaal’ vermogen onbehouwen tot niets is, cq lijkt. Iemand die niet past in de normale maatschappij een gigantisch vermogen bezit om ‘iedereen’ op het schaakbord te verslaan.
Op blz 18 begint de verteller het schaakspel te beschrijven op een zéér esthetische wijze t/m blz 20. Hier maakt hij de ‘sprong’ naar de schaker, de mens achter of in de schaker “– een mens, een mens met verstand, die zonder waanzinnig te worden, tien, twintig, dertig, veertig jaar lang de hele spankracht van zijn denken altijd en altijd maar weer richt op het belachelijk streven, een houten koning op een houten bord in de hoek te dringen!”
De verteller poogt, vervolgens op allerlei wijzen in contact te komen met Czentovic, doch dat lukt niet. Dan het ‘geniale’ plan; het schaakspel als middel om de schaker te ontmoeten. Blz 22, de verteller schaakt met zijn vrouw; puur om ‘schaakliefhebbers’ te vangen. Mc.Connor, een “succesmens” blijft hangen. Hij gaat in ‘partij’ met de verteller, die het spel nog steeds “speelt” om Czentovic te lokken. Deze kijkt afkeurend neer op het spel van de verteller en Mc.Connor. Hier weer een ‘psychologische’ wending die parallel loopt in een schaakspel. De verteller ‘drijft’ Mc.Connor naar de Czentovic, blz 24. Mc.Coonor gaat schaken ‘met’ Czentovic voor 250 dollar. De partijen zijn niet noemenswaardig, we lezen wel hoe mensen zijn, elkaar benaderen om verscheidene redenen: meestal vanuit een eigen kader reagerend op anderen op wat maar ‘voor valt’. De verteller is gedeeltelijk de sturende factor. “Alles is voorspelbaar.” Dan op blz 32, gelijk als ook in een schaakspel kan gebeuren, komt er zo’n verassend moment. En die begint met de prachtige zin: “In godsnaam! Niet doen!”
De vijfenveertig jarige Dr.B. komt te voorschijn. Hij ‘stapt’ in het schaakspel. Hij ‘bepaalt’ gelijk het spel. Vol verbijstering geven de ‘spelers’ zich over aan hem, tegelijkertijd is en blijft het ons tegen hem, Czentovic. Op blz 36 is er al een soort van winst. Czentovic wordt ‘gedwongen’ om zich op het zelfde ruimtelijk niveau te begeven als “ons”, de tegenspelers. Vervolgens komt er ‘remise’ uit de mond van Czentovic. Totale stilte !!!!!
Hier volgde een zéér mooi en bijzonder moment. Zonder dat iemand iets kon zeggen, stuurde, bepaalde Czentovic dat het afgelopen was. Dit terwijl hij in verloren positie stond; remise. De anderen waren zo verbijsterend. Vervolgens legde Czentovic de vraag: “Wensen de heren nog een derde partij?”, hierbij de vreemdeling aankijkend. Het antwoord wordt gegeven door de eerzuchtige Mc.Connor. De vreemdeling ‘ontwaakt’. Komt als het ware terug uit een geheel andere wereld en hij stamelt, verontschuldigd zich. Trekt zich terug. Czentovic legt een tijdstip neer, en dan lees je welke drijfveren bij mensen te voorschijn komen, blz 39. De verteller zoekt de vreemdeling, Dr.B. op. Maakt contact. Blz 43, Dr.B. vertels zijn verhaal. Tweede Wereld oorlog, Gestapo, gevangen genomen. In een gruwelijke onnatuurlijke situatie geplaatst om gebroken te worden, om informatie te verstrekken. Zéér heftige, intense beschrijving. Tergend levend zijn. Blz 57. Iets onverwachts gebeurde. Blz 60, een ‘BOEK’. Vervolgens wordt beschreven een gevoel van geluk, van teleurstelling, van oplossend overlevend denken. Bizarre situatie; geluk, schoonheid in een hel. Het is ongelooflijk om te lezen hoe je op de grens van waanzinnigheid kan zijn, welke ‘strootjes’ je als handvaten dienen om vooruit te lopen zonder te vallen, zonder in te storten, zonder waanzinnig te worden. Doch ook zijn ‘redding’ wordt zijn ondergang. Drijft hem tot waanzin. Tot ondergang en redding. Want hij komt weer te voorschijn in een ruimte, witte ruimte. Je zou bijna zeggen dat hier 4e dimensie mogelijk is. Dr.B. Heeft zijn verhaal verteld, zijn integriteit weer gegeven. Zijn ‘visie’ op het schaakspel, blz 82-83. Op blz 85 geeft Dr.B. zijn motivatie aan om toch nog een keer een schaakspel te spelen. Blz 86; “Wat mij interesseert en intrigeert is alleen de postume nieuwsgierigheid vast te stellen of dat in de cel toen nog schaken was of al waanzin, of ik mij toen nog juist voor of al aan de andere kant van de gevaarlijke klip bevond – dat alleen, en niets meer.’
Je ‘grenzen’ ervaren. Het is aangrijpend om vervolgens te zien hoe beide mensen, beide schakers zich buiten het schaakspel zich ontwikkelen. Beangstigend tot dramatisch. De verteller “redt”. Het is ook bijzonder de reacties aan het eind. Verliezers ??!!
Ik vond het zéér intrigerend om te lezen hoe het schaakspel verschuift naar de schakers. Hoe mensen zijn, denken, hun emoties, hun gedachtes, hunonmogelijkheden, hun mogelijkheden; echt ‘alles’ en dat zich dit ook weer tot uiting komt op het schaakbord in het schaakspel. Leven is schaken; het leven is een schaakspel. Nu jezelf afvragen; “welk stuk ben ik?”
Berry.
Rutger Kopland – Een man in de tuin.
Stefan Zweig – Schaaknovelle.
"Het schaakspel bezit de wonderbaarlijke eigenschap, dat de concentratie van geestelijke energie op een nauw begrensd veld, zelfs bij de meest inspannende denkprestatie, de hersens niet doet verslappen, maar eerder hun soepelheid en hun spankracht versterkt."
Stefan Zweig in 'Schachnovelle'.
Schaken,
mijn eerste ontmoeting met het schaakspel vond, op basis van mijn herinneringen, plaats rond mijn negende jaar, in de woonruimte van de pastoor van de Martinuskerk aan de Steenstraat 7 te Arnhem. Het schaakspel, een bord, een veld vol vlakken gevuld met figuren intrigeerde me.
Zoog mijn hoofd naar zich toe.
Vanaf dat moment, ’t spel staande op een plank, schap tussen allerlei ‘stoffige’ boeken, heeft het schaakspel me gefascineerd, meegenomen. Heb als kind in Huissen op de basisschool de Tweespan geschaakt. Tot een redelijk niveau. Ook enkele jaren geschaakt bij de schaakclub. Doch het spel ‘beoefenen’ tegen steeds vreemde mensen boeide me niet zo. Meer nam het spel een plaats in mijn hoofd om ‘gebeurtenissen in de wereld’ te plaatsen.
Nu nog heeft het schaken die rol voor mij.
Mbt het schilderen, kunst, is het schaakspel een middel, een wereld, een wijze om gedachtes een plekje te geven op het doek, papier. Ieder doek, iedere schets heeft zo zijn/haar verhaal,
Berry.
(ps mijn fascinatie voor het schaakspel is groot, al van kinds af aan. Het neemt me mee in een andere wereld, voor mij een droom wereld. Van waaruit ik ‘denk’ weer ‘grip’ te krijgen op de ‘werkelijke’ wereld.)

“Het is bereikt, mooi en wat nu? Het moment is intens, maar het verbleekt razendsnel om plaats te maken voor onrust, ja zelfs een zekere verveling.” Nee, dan de schoonheid en de troost van het verlies:”Het zal nog bereikt worden, het moment van euforie kan nog worden gekoesterd als een intens moment van triomf en troost dat eindeloos zal gaan duren …… . De illusie is zo vaak troostender dan de werkelijkheid ……” Jan Timman (uit ‘Het boek van schoonheid en troost’ – Wim Kayzer)

Jan Timman en Geert van Tongeren
"she's black"
Dit doek is ontstaan uit een aantal gedachtes. Allereerst is gedurende de jaren het schaken een soort van denken geworden. (zie hiervoor ook het stuk mbt Rutger Kopland.) Gebruik het als een soort van ‘bril’, al ziende naar de wereld. Tracht af en toe de wereld te vertalen in het schaakspel. “She was black” komt uit een artikel in de Trouw. Huub Drion werd de tien geboden voor gehouden.
Één van de geboden is; "GIJ ZULT GEEN GESNEDEN BEELD MAKEN NOCH ENIGE GESTALTE VAN WAT BOVEN IN DE HEMEL, NOCH VAN WAT BENEDEN OP DE AARDE, NOCH VAN WAT IN DE WATEREN ONDER DE AARDE IS."
Huub Drion kwam met de anekdote dat in Engeland iemand na een bijna dood ervaring werd gevraagd of hij God had gezien. “Yes.” ‘How did he like’s ?’ De man gaf het antwoord: “She was black.”
Ik vind dit ongelooflijk fantastisch, zo’n hypothese. De rol die ‘geloven’ spellen in de brein van mensen intrigeert me. ‘Geloven’ bepalen tot op heden alles, hebben op ‘alles’ invloed. Mbt bijna dood ervaringen en het brein kan je een apart stukje schrijven. Doch dat stukje van Drion heb ik mee genomen in het denken over een schaakdoek.
Vervolgens heeft Theo Wolvecamp, een zeer bijzonder Cobra schilder, een periode geschilderd met alleen Pruisisch Blauw en Titiaans Wit. Voor mij was het een uitdaging om die twee kleuren in olieverf te gebruiken voor het schaakveld. Een soort van ode aan hem. Het heeft maanden geduurd voor het veld klaar was, echt een evolutie.
Nu de stukken. ‘Mensen’ zien in, dat ze altijd geleefd hebben in illusies. Geen ‘mannelijke’ God, maar een ‘zwarte vrouw’. Iedereen gaat onderuit. ‘Zij’ begint met een nieuw spel.
Berry.